Positieve grenzen aangeven: wat wil ik wél?!

By 20 november 2018 Blog´s

Een eye opener.
Een tijd terug las ik een post van @celinecharlotte. In haar post ging het ook over grenzen, maar dan net vanuit een ander oogpunt. Grenzen aangeven door te bespreken wat je juist wél wil, wat je prettig vindt, waar je blij van wordt. Eerlijk gezegd best een eye-opener! Dus voordat ik hierover ging schrijven heb ik het een tijdje uitgeprobeerd. In zoveel mogelijk situaties en op zoveel mogelijk momenten heb ik aangegeven wat ik wél wilde in plaats van ‘tot hier en niet verder’.

Haalbaar?
Een persoonlijk voorbeeld. Ik heb een man en 3 kinderen en dus naast mijn intensieve werkweek ook een druk gezinsleven. Goed voor mezelf zorgen is vet belangrijk maar ook vet moeilijk. Tijd voor mezelf nemen en op tijd rust pakken is lastig met al dat lawaai en al die prikkels. Dus probeer ik thuis de kinderen soms wat rustig te houden: ‘Joe, beetje zachter’, ‘niet zo hard praten’, ‘hou even op..’ enz. Maar nu moest ik het omdraaien. Ik ging ik niet aangeven dat het me even teveel was, ik ging juist mijn grens aangeven door te zeggen wat ik wél zou willen, wat ik fijn zou vinden. Dus: bij thuiskomst iedereen een aai over de bol. Ik vertelde m’n kinderen dat ik even om moest schakelen, dat m’n hoofd vol zat en dat een beetje rust in huis dan super fijn is. En de kids? Die reageerden allemaal begripvol. De oudste pakte haar huiswerk erbij en de jongste twee gingen samen boven spelen. Na een half uurtje stond ik weer helemaal met beide benen op de grond en zijn we lekker gaan eten.

Conclusie: werkt vet goed.
In dit voorbeeld gaat het om omschakelen van mijn werksituatie naar thuis. Ik kom binnen en iedereen wil mijn aandacht en zijn eigen verhaal doen. Maar ik heb eigenlijk een half uurtje nodig om om te schakelen. Wat werkt? Duidelijk aangeven dat ik eerst dat halve uurtje nodig heb om rust in mijn hoofd te krijgen en er helemaal voor ze te kunnen zijn. En dat begrijpen ze best, aangezien ze zelf na school vaak ook een half uurtje zonder vragen of drukke gesprekken nodig hebben. Dus ik kom thuis, zeg iedereen gedag, meld nog even dat ik m’n halve uurtje pak en stap lekker onder de douche. Daarna alle tijd en aandacht voor ieders verhaal.

Maar wat nou als…
… ik helemaal niet weet wat ik wel wil maar wel heel goed wat ik níet wil. Dat gebeurt soms. En dat weet ik pas wat ik wél wil op het moment suprême, wanneer het er echt toe doet. Dus.. hoe kan ik dan van tevoren aangeven wat ik wel wil? … Over dit vraagstuk heb ik mentaal wat langer gedaan. Blijkbaar vond ik in bepaalde situaties alles wel prima en fijn en aangenaam tot het moment dat ik dacht: “Neeeeee! Stop, ho! Tot hier en niet verder.” Bepalen wat je wél fijn vindt is achteraf bekeken easy peasy… En ja, de oplossing is dan: dit duidelijk benoemen zodat niet alleen ik, maar ook de ander dat weet voor een volgende keer..

Vertrouw op je buikgevoel
Maarrrrr… hoe zit het dan met uit je comfortzone gaan enzo? Want soms levert het oprekken van grenzen echt iets fantastisch op. Soms weet ik pas dat ik iets wel wil, wanneer ik dat heb uitgeprobeerd. Iets waarvan ik daarvoor dacht dat ik het waarschijnlijk niet zou willen. Dus hoe pak ik dat dan aan? Hoe ga ik uit m’n comfortzone of daag ik mezelf uit als ik eigenlijk weerstand voel? Ik zeg: eerste impuls. Ik ga gewoon bij mezelf na: wil ik dit uitproberen? Dit eerste gevoel klopt bijna altijd en komt al opzetten voordat ik er echt over na ga denken. 9 van de 10 keer zijn het namelijk mijn gedachtes die roet in het eten gooien. Vertrouw op de signalen die je lijf je geven, vertrouw op je buikgevoel. Het is best even oefenen om die eerste impuls goed te kunnen waarnemen, maar daar heb ik inmiddels een aantal goed werkende manieren voor. Die deel ik de volgende keer met je.

 

Met liefs,

Lisanne